
In 1646 (dus 900 jaar na zijn dood) heeft pastoor Van Tulder, Norbertijn van Tongerlo, de beenderen van Sint-Himelinus opgegraven en geborgen in een schrijn.

Pas toen de nieuwe Sint-Maartenskerk ingezegend werd, besloot de kardinaal dat de relikwieën openbaar mochten tentoongesteld en vereerd worden. De toelating tot zo'n verering kan slechts doorgaan als voorbereiding op een eventueel proces voor heiligverklaring. Dit werd tot nu toe (2003) nog niet aanhangig gemaakt. Het is dus de volksdevotie die hem heilig noemt.
Centraal in deze volksdevotie staat een bron, "op twee boogscheuten" van de Sint-Maartenskerk. Elk jaar op de zondag na 10 maart wordt een boeteprocessie gehouden naar de bron en wordt deze ook gewijd. Ondanks koude of regen, gezien de tijd van het jaar, neemt toch een grote groep mensen hieraan deel. In 1817 (datum gekapt in de sluitsteen van de kapel) werd boven de bron een kapel gebouwd met een nis, waarin het beeld van de heilige staat.

Sint-Himelinus is een 'geleerde' (= Scotti) pelgrim uit Ierland die op terugweg van een bedevaart naar Rome in Vissenaken overleed op 10 maart 631. Er bestaat een mooie legende waarin de oude Keltische Natuurelementen (water, lucht, vuur en aarde) worden overtroefd door ironisch genoeg een Christelijke kelt uit Ierland.
• • • •
Met dank aan Kris Merckx, www.hakendover.be